'Niet de vrouwen moeten gerepareerd worden, maar het systeem'

'Niet de vrouwen moeten gerepareerd worden, maar het systeem'

woensdag, 18 mei 2016

Nieuwsbreak met professor Dianne Bevelander

Het Rijk haalt het streefcijfer van 30 procent vrouwen aan de top, werd vandaag bekend. Maar het bedrijfsleven lukt het van geen kant. 'Dat is gênant', zegt professor Dianne Bevelander van de Rotterdam School of Management (RSM). Bevelander is hoogleraar Management Education, gespecialiseerd in Women Management, en tevens directeur van het Erasmus Centre for Women and Organizations.

Goed nieuws van het Rijk, nietwaar?

Gefeliciteerd, zou ik willen zeggen. Ze zetten de daad bij het woord, en dat is hard werken. Dertig procent is nog geen vijftig procent, maar het is goed dat ze doelen hebben gesteld en die zelfs voor de deadline hebben gehaald.'

Waar komt dat percentage van dertig procent eigenlijk vandaan?

'Je kunt niet zijn wat je niet kunt zien. We hebben meer vrouwelijke rolmodellen aan de top nodig, ook om andere vrouwen aan te moedigen. Zo gaat het balletje rollen.'

Er vallen wel verschillen op tussen de departementen. Defensie doet het met 9 procent vrouwen beduidend minder goed dan bijvoorbeeld Onderwijs met 40 procent. Kunt u dat verklaren?

'Die verschillen vallen samen met wat we op de universiteit zien. Onderwijs, sociale wetenschappen, gezondheid, dat zijn gebieden waar je veel meer vrouwen ziet dan in economie of meer technische studies. Defensie bijvoorbeeld, dat heeft te maken met oorlog, competitie, zaken waarin vrouwen zichzelf geen rol zien spelen. Terwijl ze denken dat ze in bijvoorbeeld onderwijs wel iets kunnen bijdragen.
Om dat te veranderen, kost tijd. Het is een resultaat van hoe we zijn opgegroeid. We worden op jonge leeftijd in bepaalde genderrollen gestopt. Toen je vijf was, wat had je toen aan? Waar speelde je mee? Waarschijnlijk niet met trucks. We moeten nadenken over hoe we onze kinderen willen laten opgroeien als het gaat om dat soort voorkeuren. Dat betekent niet dat er geen verschillen bestaan tussen mannen en vrouwen, maar het gaat erom hoe we die verschillen gebruiken.'

Het bedrijfsleven doet het slechter dan het Rijk. Als er over drie jaar niet op elke vijf topfuncties minstens één vrouw zit, wordt 30 procent een wettelijke verplichting. Goed plan?

'Ja. Ik word zo moe van het argument dat quota ervoor zorgen dat de verkeerde mensen op bepaalde posities terechtkomen. Kijk eens om je heen, zie wie er voor bestuursfuncties worden gekozen. Zit nu altijd de goede persoon op de goede plek? Ik denk het niet.

In Amerika is eens een test gedaan waarbij mensen cv's te zien kregen voor de nieuwe politiechef. Eerst twee blanco cv's, waarbij ze moesten kiezen tussen 'opleiding' of 'ervaring'. Ze kozen opleiding. Toen twee cv's met mannennamen, waarbij dezelfde keuze moet worden gemaakt. Weer opleiding. Maar toen de cv met opleiding aan een vrouwennaam gekoppeld werd, koos iedereen ineens voor 'ervaring'.
Het gaat niet om competentie, het gaat om je netwerk, of je tot de dominante groep behoort. We zien leiderschap nog steeds als een mannending, wat overigens door onze businessschools wordt versterkt.

Maar vrouwen zijn net zo geschikt, net zo onderwezen, net zo intelligent. Ze maken een groot deel uit van het werkende deel van de samenleving. En als er net zo veel geschikte vrouwen als mannen zijn, maar veel minder vrouwen aan de top, staan daar dus mannen die er niet thuis horen.'

Waarom hebben bedrijven het eigenlijk zo moeilijk met de doelstelling van dertig procent?

'Minder dan een op de tien bestuursfuncties wordt door een vrouw ingenomen. Dat is gênant. Er zijn meerdere redenen voor. In Nederland worden vrouwen aangemoedigd om parttime te werken in het kader van de balans tussen werk en leven. Het hele systeem is daarop gebouwd. De kinderopvang is duur en aan strikte tijden verbonden, bijvoorbeeld. En leiderschap associëren we nog steeds met lange werkuren, competitie, kortetermijndenken.

Sowieso is kinderen krijgen hier vooral een vrouwenissue. Vrouwen krijgen verlof, niet de mannen. Dat zou eerlijker moeten worden verdeeld, zodat de kosten voor bedrijven ook verdeeld zijn tussen mannen en vrouwen.

Een ander probleem is dat bedrijven vaak andere prioriteiten hebben dan het aantal vrouwen aan de top. Dat is ook niet zo vreemd, want ze voelen constant competitie, ze moeten aandeelhouders blij maken, ze hebben meer strategische issues dan de overheid, die dit duidelijk hoog op de agenda had staan.

En er zijn geen enkele sancties als de doelstellingen niet worden gehaald. Het lijkt erop dat het in Nederland prima wordt gevonden om weinig vrouwen aan de top te hebben.'

Valt vrouwen zelf iets te verwijten? Zijn we te 'bescheiden', zoals de vrouwelijke headhunter van de topfuncties van het Rijk beweert?

'Ik snap wat ze zegt. Maar onderzoek heeft uitgewezen dat mannen zichzelf vaak overschatten, terwijl vrouwen zichzelf onderschatten. Het heeft dus niet zo veel zin om te wachten tot vrouwen gaan roepen: neem mij, ik ben heel goed. We moeten ze opzoeken, aanmoedigen. Vrouwen moeten natuurlijk zelf ook nadenken over waarom die verschillen er zijn. Maar het zijn niet de vrouwen die moeten worden gerepareerd, maar het systeem. Dat de overheid rolmodellen creëert is echt een stap in de goede richting.'

Tot slot: Actrice Robin Wright van House of Cards eiste hetzelfde salaris als haar tegenspeler. Onzin, omdat zij minder belangrijk is, of een gevalletje sekseongelijkheid?

'Oh, is House of Cards alweer begonnen? Ik weet niet of Robin Wright hetzelfde moet verdienen als Kevin Spacey, ik heb haar nog niet in veel andere rollen gezien. Maar net als in het bedrijfsleven is het in deze industrie zo dat vrouwen nog altijd minder betaald krijgen dan mannen. En haar personage is zeker net zo belangrijk. Ik kijk het vooral voor haar, ik vind het interessant om te zien hoe haar karakter verandert. Want Spacey's karakter gaat toch niet veranderen. Dat is gewoon een manipulatieve narcist.'