Vakken 1e trimester

Vakken 1e trimester

Inleiding in de Bedrijfskunde

Dit vak geeft een inleidend overzicht van het functioneren van bedrijven en organisaties. De eerste inleidende colleges geven een overzicht van de ontwikkeling van het denken over organisaties. Verschillende theorieën over organisaties en van organiseerprocessen passeren in vogelvlucht de revue. Hieruit komt naar voren dat een organisatie vanuit meer benaderingen geanalyseerd kan worden.

Een thans vigerende benadering is de opvatting van een organisatie als een samenstel van bedrijfsprocessen. Tijdens de colleges ligt de nadruk op deze bedrijfsprocessen. In het vak worden bedrijfsprocessen verduidelijkt en geïllustreerd met behulp van cases. Daarbij staat één zogenaamd gastbedrijf centraal. Bedrijfsprocessen beslaan een aantal terreinen.

De bedrijfsprocessen die hier aan de orde komen, zijn: productieprocessen, marketing en verkoopprocessen, financiële processen, informatieprocessen, human resources en organisatieprocessen. Deze bedrijfsprocessen kunnen op verschillende manieren bestuurd en aangestuurd worden. Het vak wordt afgesloten met vier colleges over ondernemerschap, business planning en methoden die leiden tot een strategische keuze. Dit deel van het vak vormt tevens de theoretische grondslag voor het studieonderdeel ‘bedrijfsplan’, dat in het tweede trimester centraal staat.

Adoptieverslag

Parallel aan de reeks hoorcolleges loopt door het hele trimester het adoptieverslag. Dit is een groepsopdracht waarin een organisatie beschreven wordt en de typische kenmerken van de desbetreffende organisatie duidelijk gemaakt worden. De stof zoals behandeld in de hoorcolleges en de opgegeven literatuur vormt de basis voor het maken van het adoptieverslag. Het adoptieverslag wordt ondersteund door diverse vormen van feedback. Nadere informatie wordt verstrekt in de course manual.

Methodologie

Methodologie verschaft een eerste aanzet tot het systematisch nadenken over onderzoeksmethoden en -technieken die relevant zijn voor bedrijfskunde. De nadruk ligt sterk op methodekeuze: het selecteren van de meest bruikbare methode bij een zich voordoend bedrijfskundig probleem.

Het vak vormt het begin van een reflectieve cyclus binnen het bedrijfskundeonderwijs. Andere onderdelen van deze cyclus zijn: Bedrijfskundige Vaardigheden (trimester 1 en 2), Wetenschapsleer (trimester 4, jaar 2), Marktonderzoek (trimester 6, jaar 2) en het derdejaars leeronderzoek/ thesis (bachelor 3).

De kerndocenten zijn verbonden aan het Business-Society Management masterprogramma. De door hen verzorgde colleges beogen de studenten te laten zien welke voor- en nadelen aan bepaalde onderzoeksmethoden kleven. Daarnaast gaan de colleges in op recent en klassiek bedrijfskundig onderzoek, om de toepassingsmogelijkheden van de verschillende methoden te illustreren. Met klem wordt benadrukt dat de hoorcolleges een inhoudelijke verdieping en contextualisering bieden van de voorgeschreven literatuur. Zij vormen dus een integraal onderdeel van de tentamenstof.

Om een begin te maken met het actief toepassen van methodologische vaardigheden moeten vier opdrachten gemaakt worden. Deze opdrachten maken tevens deel uit van het verplichte mentoraattraject behorend bij het vak Bedrijfskundige Vaardigheden.

Wiskunde

Hoofddoelstellingen van het vak wiskunde zijn:

  • Het vertrouwd raken met wiskundig taalgebruik, formuleren in ‘formuletaal’ en weergeven in grafische representaties.
  • Het verkrijgen van vaardigheden om wiskundige modellen te bouwen van toepassingssituaties die hiervoor in aanmerking komen en het verwerven van vaardigheden om deze modellen te analyseren.

Tijdens de hoorcolleges wordt telkens uitgegaan van een toepassingssituatie waarvan een wiskundig model wordt geconstrueerd. Vervolgens worden de wiskundige vaardigheden besproken die nodig zijn om het betreffende model te analyseren en op te lossen.

Tijdens de responsiecolleges worden door de studenten van tevoren gemaakte oefenopgaven besproken. Door het maken van de opgaven dient de student zelf de vaardigheden te verwerven die in de doelstellingen vermeld zijn.

Voorkennistoets Wiskunde

Met behulp van deze toets kun je voor jezelf nagaan of je voldoende kennis en vaardigheden in huis hebt om het vak wiskunde in het eerste jaar van de studie Bedrijfskunde te kunnen volgen. Deze toets is beschikbaar in Excel en Word, de uitwerkingen van de toets alleen in Word.

LET OP: deze toets is niet verplicht voor toelating tot de opleiding Bedrijfskunde, maar slechts bedoeld om je voorkennis wiskunde te testen.

Opfrissing nodig?

Heb je de toets gemaakt en denk je toch nog wat extra ondersteuning te kunnen gebruiken? Volg dan de zomercursus Wiskunde A2 aan het Boswell Beta Instituut. In deze cursus komen vrijwel alle onderwerpen van de voorkennistoets aan de orde.

Meer informatie vind je op: http://www.boswell-beta.nl/

Gedrag in organisaties

Organisaties zijn knooppunten van menselijk gedrag. Verschillende betrokkenen hebben verschillende verwachtingen over en belangen bij het functioneren van organisaties. Aandeelhouders hebben vaak andere belangen en wensen dan werknemers, managers, of consumenten. In de praktijk blijkt het verkrijgen van informatie over en het op één lijn brengen van de belangen één van de moeilijkste en ook één van de meest uitdagende onderdelen van het managementvak.

Bedrijfskundige Vaardigheden

Het vaardighedentraject biedt studenten de mogelijkheid vaardigheden te trainen die noodzakelijk zijn voor de studie Bedrijfskunde. De vaardigheden in bachelor 1 zijn onderdeel van het vaardighedentraject in de gehele studie. Dit vak legt de basis voor het ontwikkelen van onderzoeks, zelf- en teammanagement, lees- en luistervaardigheden, schrijf- en presentatievaardigheden en ICT-vaardigheden. Deze vaardigheden worden getraind in kleinschalige werkgroepen, ofwel mentoraat, die geleid worden door ouderejaars studenten; de mentoren. Als bedrijfskundige moet de student in staat zijn om de eigen sterkten en zwakten te analyseren.

In het vaardighedentraject wordt veel aandacht besteed aan het geven van feedback op de ontwikkeling van de vaardigheden. Van de eerstejaarsstudenten verwachten we een actieve en systematische studiehouding. Dat betekent dat opdrachten goed uitgewerkt en tijdig worden ingeleverd en dat optimaal gebruik gemaakt wordt van de feedback door de mentor en de medestudenten. Een aantal opdrachten binnen het vaardighedentraject maakt deel uit van het vak Methodologie.